Filters in Microsoft Dynamics NAV

In Microsoft Dynamics NAV (Navision) kan op een eenvoudige manier informatie worden gefilterd. Hierdoor ziet u alleen die gegevens die voor u belangrijk zijn. Het gebruik van filters wordt in alle schermen (forms) en rapporten (reports) binnen Dynamics NAV ondersteund. Het gebruiken van de filter mogelijkheden is niet erg moeilijk en is één van de meest krachtige onderdelen van Dynamics NAV om snel en productief te werken.
 
Terwijl het gebruik van een eenvoudig veld filter zeer snel te leren en te begrijpen is, is het de moeite waard om wat extra tijd te investeren in het leren gebruiken van de meer geavanceerde filter mogelijkheden. Dit maakt u extra productief en biedt u meer inzicht in uw gegevens. Wij hopen dat de informatie op deze pagina u op weg helpt.

Video over het gebruik van filters in Dynamics NAV

In de onderstaande video geven wij u een korte introductie in het gebruik van filters. Verder kunt u lezen over de verschillende soorten filters en de mogelijkheden die er zijn om bepaalde informatie te filteren.
video
Video: Filters in Dynamics NAV - Intro
( klik om de video player te openen of te sluiten )
Get Microsoft Silverlight

Soorten filters

Er zijn in Dynamics NAV vier verschillende filtermogelijkheden. Afhankelijk van wat u wilt filteren maakt u een keuze. De filtermogelijkheden zijn:
 
  • Veldfilter. Hiermee filtert u op de inhoud van één enkel veld.
  • Tabelfilter. Dit is een combinatie van verschillende veldfilters. Dit gebruikt u als uw criteria voor het filteren verschillende velden omvat (bijvoorbeeld verkoper en land).
  • Flowfilter. Deze gebruikt u bij het filteren van bedragen in flowfields. Deze bedragen zijn een optelling van onderliggende waarden. U kunt met een flowfilter aangeven welke bedragen worden meegenomen. Een voorbeeld is als u een voorraad wilt bekijken in een bepaald magazijn.
  • Geen filter. Dit is natuurlijk belangrijk als u gewoon alle informatie wilt zien.
 
Aangelegde filters kunnen verwijder worden met de functie "Alles weergeven". In de statusbalk kunt u zien of de gegevens gefilterd zijn.
 

Filterfuncties gebruiken / aanroepen

Er zijn verschillende manieren om de filterfunctie aan te roepen. U kunt via menukeuze Beeld kiezen voor Veldfilter, Tabelfilter of Flowfilter.
 
Als u in het menu Beeld  kiest voor Alles weergeven worden de filters in het actieve scherm verwijderd. U kunt dan alle regels weer zien.
 
 
De functie Veldfilter, Tabelfilter, Flowfilter en Alles weergeven is ook via de knoppenbalk te  benaderen. Kies hiervoor een van de onderstaande pictogrammen. Als u even de muiscursor boven de betreffende knop laat zweven ziet u een tooltip die aangeeft wat de betreffende knop doet.
 
 
 
De filterfunctie is ook aan te roepen via functietoetsen. Gebruik F7 voor veldfilter, Ctrl+F7 voor tabelfilter en Shift-F7 voor flowfilter. Voor het verwijderen van filters - alles weergeven - gebruikt u Shift+Ctrl+F7.

Filters en de statusbalk

In de statusbalk van Dynamics NAV is zichtbaar of er filters actief zijn op het actieve scherm.
 
Bij het gebruik van Dynamics NAV is het belangrijk om hier op te letten. Het is anders mogelijk dat u bepaalde informatie niet kunt vinden omdat het weg gefilterd is.
 
Met Shift+Ctrl+F7 kunt u eventueel aanwezige filters eenvoudig verwijderen.
 
Als er geen filters actief zijn, is de betreffende informatie op de statusbalk leeg.
 

Gebruik van de verschillende soorten filters

 

Veld filters

Een veldfilter gebruikt u als u wilt filteren op de waarde in een veld of kolom. Er kan op nagenoeg ieder veld in Dynamics NAV worden gefilterd. Een filter criteria kan exact zijn of meer algemeen. Als u bijvoorbeeld bij een datumveld filtert op 19-12-2011, dan ziet u alleen de regels die deze datum hebben. Als u de filtercriteria >=19-12-2011 invoert, dan ziet u alle regels met de datum 19-12-2011 en groter.

Tabel filters

Met een tabel filter kunt u meerdere velden gebruiken in de filtercriteria. In principe bestaat een tabel filter uit verschillende veldfilters. Dus als u over meer dan 1 veld een veldfilter aanlegt krijgt u automatisch een tabel filter. Binnen Dynamics NAV is een voorziening om makkelijk tabelfilters aan te leggen. De criteria die u kunt aanleggen in tabelfilters zijn gelijk aan die van de veldfilters.
 
 
U ziet hier een voorbeeld van een tabelfilter waarbij er gefilterd wordt op het veld Land-/regiocode en op het veld verkoper.

Flow filters

Flowfilters zijn speciaal bedoeld voor het filteren van totaal bedragen en aantallen die zichtbaar zijn in de kaart en overzicht schermen. Stelt u zich voor dat u een totale voorraad heeft van 100 stuks, verdeeld over verschillende magazijnen. U kunt dan een flowfilter aanleggen waarbij u aangeeft dat u alleen de voorraad wilt zien van een specifiek magazijn.
 
Flowfilters zijn ook bijzonder praktisch bij het bekijken van financiële gegevens. Door middel van de flowfilter functie kunt u start en eind data opgeven waarbinnen u de totalen wilt zien.
 
 
U ziet hier een voorbeeld van een flowfilter die is aangelegd over de grootboekrekeningen. Het grootboekrekening mutatie kolom laat nu alleen de totaalwaarde zien van die posten die in december 2010 zijn geboekt.

Filter criteria en filter operators

Bij het aanleggen van een filter kunnen verschillende criteria gebruikt worden die wel of niet voorzien zijn van een specifieke operator, zoals groter dan (>), kleiner dan (<), enzovoort. Een voorbeeld van een filter met verschillende criteria en operators is:
 
>= 100 | < 10
 
Deze filter filtert records waarvan de waarde van het gefilterde veld groter of gelijk aan 100 is, of kleiner dan 10. De >= en < tekens zijn de operators. Het | (of) teken wordt gebruikt voor het samenstellen van de criteria >= 100 en < 10 en betekend of het een of het ander.
 
Om nog een ander voorbeeld te geven:
 
>= 100 & < 10
 
Dit filter levert altijd 0 records op. Dit omdat het & teken 'en' betekend. Een veld kan niet gelijk en groter of gelijk aan 100 zijn en kleiner dan 10.
 

Filter operators.

Het kan voorkomen dat u een filter wilt aanleggen met bijzondere voorwaarden. Dynamics NAV maakt het mogelijk om in een filter operators te gebruiken. Hiermee kunt u aangeven hoe het filter precies werkt. Als u bijvoorbeeld in uw artikelbestand alleen artikelen wilt zien met voorraad, dan kunt u een veld filter aanleggen op het voorraadveld met als voorwaarde <>0 (<> betekend ongelijk). U ziet dan alleen die artikelen die een voorraad ongelijk aan nul hebben.
 
Dynamics NAV kent verschillende operators, waarvan hier een opsomming (overgenomen uit de Dynamics NAV help).
 
De is gelijk aan operator (=). Deze is impliciet (standaard) en kan dus weg worden gelaten.
Teken
Betekenis
Voorbeeld
=
Gelijk aan
=377. Alleen records met 337 in het gefilterde veld.
 
 
=MAGAZIJN1. Alleen records met MAGAZIJN1 in het gefilterde veld.
 
 
Bij een datum veld kan bijvoorbeeld =22 gebruikt worden, waarbij alleen de records van de 22ste van de huidige maand worden getoond.
 
De interval operator (..). Deze geeft een waarde aan tussen twee aantallen. Deze operator wordt vaak gebruikt voor het aangeven van datum intervallen, maar kan ook meer algemeen worden gebruikt.
Teken
Betekenis
Voorbeeld
..
Interval
10..100. Alle records waarvan de waarde in het gefilterde veld liggen tussen de 10 en de 100 (inclusief).
 
 
..100. Alle records tot en met 100.
 
 
100.. . Alle records vanaf 100.
 
 
P8.. . Gegevens over boekhoudperiode 8 en verder.
 
 
1..10 . Voor een datum veld betekend dit de 1ste tot en met de 10e voor de lopende maand.
 
De niet gelijk aan operator c.q. ongelijk aan operator (<>).
Teken
Betekenis
Voorbeeld
<>
Niet gelijk aan
<>0 . Alle records waarvan het gefilterde veld ongelijk is aan 0
 
 
<>'' . Alle records waarbij het gefilterde veld leeg is. Dit in het geval van velden waar tekst in staat.
 
 
<>MAGAZIJN1. Alle records waarbij het gefilterde veld ongelijk is aan MAGAZIJN1.
 
De groter dan operator (>).
Teken
Betekenis
Voorbeeld
>
Groter dan
>10 . Alle records waarbij het gefilterde veld groter dan 10 is.
 
De groter dan of gelijk aan operator (>=)
Teken
Betekenis
Voorbeeld
>=
Groter dan of gelijk aan
>=10 . Alle records waarbij het gefilterde veld gelijk aan of groter dan 10 is.
 
De kleiner dan operator (<).
Teken
Betekenis
Voorbeeld
<
Kleiner dan
<10 . Alle records waarbij het gefilterde veld kleiner dan 10 is.
 
De kleiner dan of gelijk aan operator (<=)
Teken
Betekenis
Voorbeeld
<=
Kleiner dan of gelijk aan
<=10 . Alle records waarbij het gefilterde veld gelijk aan of kleiner dan 10 is.
 
De operator ster (*) . Deze operator wordt vooral gebruikt voor tekstveld filters en geeft de mogelijkheid om op een deel van een tekst te filteren.
Teken
Betekenis
Voorbeeld
*
Negeer, willekeurig.
Nav* . Alle records waarvan het gefilterde veld begint met Nav. Wat na Nav komt wordt genegeerd en mag een willekeurige waarde hebben.
 
 
*Nav. Alle records waarvan het gefilterde veld eindigt met Nav. Alle karakters voor Nav worden genegeerd en kunnen een willekeurige waarde hebben.
 
 
*Nav*. Alle records waarvan het gefilterde veld ergens de tekst Nav bevat. Alles wat voor of na Nav komt wordt genegeerd en mag een willekeurige waarde hebben.
 
De operator vraagteken (?). Deze operator wordt gebruikt in tekstveld filters en stelt één onbekend teken voor.
Teken
Betekenis
Voorbeeld
?
Negeer teken.
Na?ision . Alle records waarvan het gefilterde veld begint met Na, dan een willekeurig karakter mag bevatten en eindigt met ision. Dus hier wordt dan bijvoorbeeld Navision getoond, maar ook Nafision.
 
De operator apenstaart (@). Deze operator wordt gebruikt in tekstveld filters om aan te geven dat de filter ongevoelig is voor hoofdletters en kleine letters (case insensitive).
Teken
Betekenis
Voorbeeld
@
Negeer onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters.
@dynamics . Alle records die de waarde dynamics bevat, ongeacht of de letter hoofdletters of kleine letters zijn. Zo worden bijvoorbeeld zowel Dynamics, dyNamiCS en DYNAMICS getoond.
 
 

Filter criteria samenstellen

Voor het combineren van filter criteria kan het & symbool (EN) en het | symbool (OF) gebruikt worden. Meerdere criteria kunnen worden samengesteld.
 
De EN samenstelling (&).
Teken
Betekenis
Voorbeeld
&
en. Het ene moet waar zijn en ook het andere.
>10 & <20 & <> 15. Groter dan 10 en kleiner dan 20 en ongelijk aan 15.
 
De OF samenstelling (|).
Teken
Betekenis
Voorbeeld
|
of. Het ene moet waar zijn of het andere moet waar zijn.
<10 | >20 | 15. Kleiner dan 10 of groter dan 20 of gelijk aan 15.
 
 

Voorbeelden van filters

 
Voorbeeld
Betekenis
@*Nav*
Gecombineerd gebruik van @ en * operators levert een zeer praktisch filter op. In dit voorbeeld worden alle records getoond waarvan het gefilterde veld de waarde Nav bevat, ongeacht hoofd- of kleine letters. Dus ook records met nav, NAV, nAV en dergelijke worden getoond.
1-12-2012..23-12-2012
Een voorbeeld van een datumfilter voor een bepaalde periode.
<>''
Alle regels waarvan het gefilterde veld niet leeg is.
=''
Alle regels waarvan het gefilterde veld leeg is.
NAV*
Alle regels waarvan het gefilterde veld begint met NAV.
<>NAV*
Alle regels waarvan het gefilterde veld niet begint met NAV
NAV*|EXACT*
Alle regels waarvan het gefilterde veld begint met NAV of EXACT
 
 
Heed Automatisering b.v. • Kanaaldijk 30-1 • 2741 PA • Waddinxveen • T: 0031 (0) 182 699977
Release mode. render xml(cache: 2,calls: 10,resets 0)